8 woorden en zinnen die in de oncologie NIET meer gebruikt moeten worden

Geschreven door: ROBERT S. MILLER, MD. Hij is Clinical Associate, Borstkanker Programma, Sidney Kimmel Cancer Center in Johns Hopkins in Lutherville, MD
Volg hem op Twitter: @rsm2800

(….)
Het herinnert me eraan dat als ik, als oncoloog, iets zou moeten noemen waar we in ons vakgebied mee moeten stoppen, dat dat een bepaald soort taalgebruik is. Om specifieker te zijn, we moeten stoppen met de vaak onnauwkeurige, duistere, verbijsterende woorden en zinnen waarmee onze consulten en andere vormen van communicatie doorspekt zijn.

Ik realiseer me wel dat als de goede fee één wens van me in vervulling zou laten gaan op het gebied van oncologie, ik die niet zou moeten verprutsen aan mijn persoonlijke taalkundige obsessie, dus ik zou vast iets zeggen met woorden als ‘kanker’, ’patiënten die niet therapietrouw zijn’ of ‘zorgorganisaties’ of de ‘duurzame groei formule’.

Het is geen nieuws dat wij als arts vaak ineffectieve taal gebruiken. Die taal neigt naar vakjargon met onnauwkeurige woordkeuzes en vage uitdrukkingen die verbonden zijn met onze cultuur. Die taal is zo gewoon geworden dat we ons waarschijnlijk niet meer realiseren dat het de betekenis richting onze collega’s, verwijzende artsen en patiënten verloren heeft. Het zegt niks meer en erger nog, ze kunnen afstand creëren en beledigend zijn.

Hieronder staan acht woorden, zinnen en thema’s waarvan ik voorstel dat we ze verbannen als onderdeel van de grote zomerschoonmaak. En ik geef als eerste toe dat nagenoeg alle voorbeelden ook in mijn eigen praktijk te vinden zijn.

‘Agressief’
Ja, een 4 cm grote, graad III, klierpositieve, triple-negatieve borstkanker is een agressieve tumor, maar we vergeten wel eens dat wanneer patiënten dat woord lezen of horen dat zeer beangstigend is. Kunnen we niet overbrengen dat er een hoog risico is dat de kanker terugkomt zonder het woord agressief te gebruiken, een woord dat toch doet denken aan een menselijke eigenschap? Agressief is ook een slechte woordkeuze als het om artsen gaat. Sommige oncologen krijgen het etiket agressief te zijn (en sommigen koesteren dat), waarmee vermoedelijk bedoeld wordt dat ze bereid zijn om meer chemotherapie voor te schrijven in vergelijking tot anderen. Je denkt dan automatisch dat méér ook beter moet zijn, maar we weten allemaal dat dat zelden waar is. En in lijn daarmee, zou een niet-agressieve oncoloog iemand zijn die minder bereid is om te behandelen en gemakkelijker palliatieve zorg of een hospice adviseert, wat eigenlijk helemaal geen ongewenste eigenschap is. Laten we dus het gebruik van dit woord te beperken.

‘OK?’
Ik noem dit het Grote Woord van de Medische Dwang, meestal gebruikt door co-assistenten en specialisten in opleiding tijdens hun ronde door het ziekenhuis en in pseudo-vragende vorm (meestal aan het einde van een zin) waarbij ze proberen de onwillige patiënt te overtuigen om een onaangenaam onderzoek of een onaangename behandeling te ondergaan. Spijtig genoeg vervangt dit woordje dan het Informed Consent, waarmee de patiënt toestemming moet geven voor behandeling of onderzoek. Heb je ooit zo’n éénrichtingsgesprek gehoord: Nu gaan we een beenmergbiopsie doen en beenmerg afnemen om te zien of uw lymfoom verder verspreid is, OK? Dan sturen wij u naar Radiologie, waar ze ruggenmergvloeistof zullen afnemen om te zien of er sprake is van lymfoomcellen, OK? Dan plaats een andere radioloog een apparaatje in uw borst om bloed te kunnen prikken en om u de chemo te geven, OK? Dan kunt u beginnen met Hyper-CVAD chemo, OK? Meestal is dat alles behalve OK.

Het overmatige gebruik van dubbele ontkenningen en te weinig gebruik van de positieve vormen.
De meeste gidsen voor stijl en compositie raden aan om dubbele ontkenning te vermijden, maar wij oncologen houden gewoon van onze dubbele ontkenningen en onze ‘niet’-zinnen. De tumor is niet klein. Het regime is niet geheel zonder bijwerkingen. We zouden geen bezwaar hebben om na de amputatie te bestralen. En mijn favoriete uitdrukking: Het is niet onredelijk. Dus betekent dat het redelijk is? Vaak wel, ja, dus laten we niet bang zijn om er ook achter te staan als we iets adviseren.

‘Goed ontwikkeld’ en ‘Goed gevoed’. Genoeg over gezegd.*

‘Goed te verdragen’
Hoe komt het dat we zo veel kankerbehandelingen ‘goed te verdragen’ noemen ? In een uitgesproken onwetenschappelijk onderzoek koos ik 12 nummers van een gerenommeerd oncologie tijdschrift, en in meer dan 50% van de gemelde therapeutische onderzoeken werd de behandeling omschreven als ‘goed te verdragen’, of het nou ging om chemotherapie, een tyrosine kinase remmer of hoge dosis chemotherapie. Goed te verdragen – serieus? Dit soort taalgebruik is vaak niet uit te leggen: De therapie werd goed verdragen, met uitzondering van de bekende toxiciteit. Of dit citaat, vermomd om te voorkomen dat we de schuldige kunnen aanwijzen: De [combinatie] werd goed verdragen door … patiënten, zelfs als [ernstige bijwerkingen] daarbij meegenomen worden. Behalve wanneer met officieel onderzoek de kwaliteit van leven geëvalueerd is, moeten we niet van zoveel therapieën roepen dat ze ‘goed te verdragen’ zijn als de meeste patiënten aan de ontvangende kant aangeven dat ze het oneens zijn met dat ‘goed te verdragen’.

‘Suggereert’ en ‘in overeenstemming met’
Wij herkennen allemaal dat experimenten en wetenschappelijke onderzoeken niet vaak definitieve conclusies te geven. Echter, het gebruik van suggereert als een overgankelijk werkwoord is compleet uit de hand gelopen. Oncologen zijn steeds vaker terughoudend om een oorzakelijk verband te erkennen, dus zeggen we dat iets gesuggereerd wordt of we kwalificeren onze bevindingen door te zeggen dat ze (slechts) ‘in overeenstemming met x’. Ik hoorde onlangs een presentatie waar de spreker zei dat de toevoeging van trastuzumab aan chemotherapie bij N9831 suggereerde dat er een daling was in het aantal uitzaaiingen in de trastuzumab arm. Kom op, de hazard ratio bedroeg 0,48 met een p-waarde <0,0001! Dat is iets meer dan dat het gesuggereerd wordt. Toegegeven, in de oncologie is het vaak zeer moeilijk te bewijzen een relatie een oorzakelijk verband is, maar laten we niet bang zijn om ‘is’ te zeggen als iets ook echt ‘is’.

De militaire vergelijking.
Het is algemeen bekend dat veel patiënten dit afschuwelijk vinden. Ze willen graag dat we hun ziekte iets anders noemen dan een strijd of een oorlog. Ik geef alleen wel toe dat het lastig is om alternatieve uitdrukkingen te vinden. Ik was een condoleance kaart aan het opstellen voor een echtgenoot en ik had moeite om het recente overlijden van een patiënt van mij aan uitgezaaide borstkanker met andere woorden of zinnen te omschrijven. Ik sta open voor suggesties.

‘Als je dan toch kanker moet krijgen, dan is [Hodgkin-lymfoom, teelbalkanker, dysgerminoma, enz.] een goede om te krijgen.’ Hopelijk zijn er maar een paar onder ons die hiermee zouden belanden in de Hall of Fame van de Ongevoeligheid, maar door de jaren heen heb ik hierop wel een paar variaties gehoord. (Toelichting: Met de hand op mijn hart, deze heb ik nooit gebruikt in iets dat ik schreef..)

De lente is voorbij. Nu komt de zomer en daarmee ook de grammatica- en taalpolitie. Laten we de bezem er door halen.

Bron: http://journals.lww.com/oncology-times/Fulltext/2010/06250/Speak_Up__8_Words___Phrases_to_Ban_in_Oncology_.15.aspx

*Note v vertaler: Deze uitdrukking ‘Well-nourished, well-developed’ wordt in Amerika gebruikt voor patiënten die een normale lengte-gewicht verhouding hebben. Binnen het medisch onderwijs wordt dat zo geleerd. De uitdrukking wordt zo vaak gebruikt dat het geen betekenis meer heeft.

Vertaald door: Désirée Hairwassers


@brstknkractie: http://tinyurl.com/cgmk6hx
Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Opinie & Persberichten met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie