1. Bedrogen, belazerd, misleid en bestolen.

Het is 25 augustus 2008. Een mooie dag, de zon schijnt en iedereen om mij heen verkeert nog in vakantiestemming. Het is de trouwdag van mijn ouders en de eerste dag dat mijn kinderen naar hun nieuwe school gaan. Bibberend lig ik met half ontbloot bovenlijf op de onderzoekstafel van de chirurg. Een grote pleister op mijn linkerborst kan de blauwe plekken van vele mislukte puncties niet verhullen. “Mevrouw De Vries” de chirurg kijkt mij zorgelijk aan “U heeft borstkanker”. Mijn tot dan toe vrijwel zorgeloze leven komt abrupt tot stilstand. Mechanisch draait de chirurg zijn verhaal af. Termen als “goed behandelbaar”, “operatie”, “prognose”, “behandelplan” en “chemo” lijken in de lucht te blijven hangen van zijn benauwde kantoor.  Ik voel paniek, allesoverheersende paniek!

Mijn behandeling zou uiteindelijk drie en een half jaar duren. Een tijd van veel pijn, verdriet, frustratie en twee getraumatiseerde kleuters thuis. De trouwgelofte tussen mijn man en mij werd danig op de proef gesteld. Afgebroken voelde ik mij, en dat was ik ook: letterlijk. Ik was kaal, uitgemergeld door de chemo, gehandicapt geraakt door de bestraling, eierstokken operatief verwijderd en borstenloos. Wie was die alien die mij iedere ochtend in de spiegel aankeek?

Niets had mij kunnen voorbereiden op de reacties uit mijn omgeving . “Heb je geen borstvoeding gegeven?” “Leefde je zo ongezond”? “Ga je wel naar een goed ziekenhuis?” “Aan borstkanker gaat toch niemand meer dood?” “Borstkanker is toch heel makkelijk te behandelen?” “Van chemo hoef je toch niet meer ziek te zijn?” “Van borstkanker herstel je toch helemaal?” “Ik ben helemaal VOOR borstkanker, ik heb zelf een Pink Ribbon armband gekocht”. Ik wekte afschuw op. Moeders van school doken, bij de aanblik van mij in de supermarkt, van schrik achter de kaasvitrine. Op het schoolplein vertelde een moeder mij: “het is voor mij enorm confronterend hoe jij er uit ziet”.

Het meeste was ik nog verbijsterd over mijzelf. Waarom was ik niet zo’n heroïsche  kankerpatiënt? Waarom voelde ik mij geen survivor maar slechts een lijdend voorwerp? Waarom was ik niet de Lance Armstrong van de Lage landen? Ik voelde me bedrogen, belazerd, misleid en bestolen.

Het regent. Kerst en Sinterklaas zijn aan mij voorbij gegaan. Als mijn kinderen vallen, zoeken ze geen troost meer bij mij. Mijn echtgenoot heeft ten opzichte van mij een vaderlijke rol op zich genomen. Met mijn vriendinnen heb ik geen gespreksstof meer. De bel gaat. Ik doe open en er staat niemand. Op de grond ligt een zak sinaasappelen. Er zit een briefje op: “dit helpt natuurlijk geen reet, maar ik hoop dat je je snel weer beter voelt”.

Het hielp wel, meer dan alle Pink Ribbon merchandise bij elkaar.

@brstknkractie: http://tinyurl.com/cytdotd

Geef een reactie