4. Het cirkeltje rond

“Waar is mama?”, vraag ik. Mama is ziek en ligt voor een paar daagjes in het ziekenhuis.” Mag ik mee naar mama?” Dat kan niet, want, mama ligt in een kamertje, waar alleen grote mensen mogen komen. Gelukkig mocht ik wel door het raampje van de enorme loden deur heenkijken. Mama lag daar echt, dus ze was niet weg, zonder ons. Ze kon er alleen even niet zijn. Negen jaar oud was ik toen.

Elf jaar oud was mijn “tantetje” en ik hoorde haar praten. Toen ik stiekem om de deur van haar nieuwe kamertje keek, was ze alleen. Met wie was je aan de praat vroeg ik haar, maar ze vertelde het me niet. Nee, ze haalde haar schouders op en sprong van haar bed af. Gaan we nog wat leuks doen, vroeg ze. Buiten scheen de zon, dus ja, we hebben leuke dingen gedaan die middag. Later vertelde ze me dat ze met haar aan borstkanker overleden mama, mijn oma – het potje as op haar nachtkastje – aan het praten was geweest. Ze had verteld over haar nieuwe kamer, en dat het leuk was bij mijn oom en tante, haar zus en zwager, in huis. En dat ze haar natuurlijk miste en dat het allemaal verder wel heel goed met haar ging. Mijn oma, was zo’n oma Fladder, niets was gek en alles mocht. Ze had alleen de laatste jaren andere borsten, maar daardoor konden we dan wel weer mooi, met haar niet meer in gebruik zijnde kipfilets spelen. Tsja, je bent twaalf, niets zo leuk als verkleedpartijen en playbackshows in de woonkamer van oma.

Ik lig op bed, als mama binnenkomt. Ze zegt dat ze even met me wil praten, en als ik naar haar kijk, weet ik het al. Die verschrikkelijke rotziekte is terug. Na dit gesprek is het nooit meer geworden zoals het hoort of zoals het was. Ik ben een puber en wil niet zoveel met mijn moeder, maar wat heb ik er veel voor over om de tijd terug te draaien en dan nu wel gezellig te gaan winkelen en samen meiden dingen te gaan doen. Gewoon omdat ze dat voor ze weer ziek werd tenminste nog wel kon.

De nieuwe keuken is geplaatst. De nieuwe vloer ligt erin. Wow, wat ben ik trots. Helaas mama, kon het allemaal niet bekijken. Nee, die ziekte was alweer terug. Gelukkig nog steeds alleen in borsten, maar zo langzamerhand begin ik daar wel aan te twijfelen. Mama doet raar….Met haar zussen, mijn tantes maken we er zelfs wel eens grapjes over. Het gaat echt niet goed met haar, maar ze leeft nog en uiteindelijk kan ze de dingen weer doen zoals ze dat zelf wil. Als we haar vertellen dat ze “raar”doet, vind ze steevast dat wij niet goed zijn. Het ligt niet aan haar, wij zijn de idioten. Nou, vooruit, wij doen lekker idioot.

Maar dan is het genoeg geweest, dit keer ga ik met je mee naar dat ziekenhuis. Dan hoor ik zelf wat of die dokter zegt. Boos en geïrriteerd, druk ik de telefoon uit. De dokter kijkt zorgelijk en vertelt zonder doekjes eromheen te winden, dat ‘ie niets meer kan doen. U bent ernstig ziek, mevrouw en helaas heb ik niets ter beschikking om u nog beter te kunnen maken. Het vocht in uw longen bevat kankercellen en dat wijst op uitzaaiingen, de uwen zitten in ieder geval op het longvlies. We moeten nog meerdere onderzoeken doen om verder te kijken, dan kunnen we gaan bepalen of en wat we nog kunnen doen. Maar nee, genezen, dat kunnen we u niet meer.” Oké”, is alles wat mama antwoordt. “Helemaal niets meer?” vraagt ze nog. “Nee, mevrouw helemaal niets meer. Misschien een chemo kuur om de kanker een beetje af te stoppen, maar dat moet blijken uit de vervolg onderzoeken.” Drie maanden later geef ik haar een gekookt ei, met een gedichtje….Oma, doe nog even je best, want ik kom pas uit mijn ei, over een maand of zes… En dat deed ze, maar zes weken na de geboorte van mijn zoon, overlijdt mijn mama. Ze is 52 geworden. Gelukkig heb ik nog twee foto’s waarop ze mijn kleine ventje de fles geeft.

Toen ik… “Ik heb slecht nieuws voor jullie. Ik had het niet verwacht, maar het is toch niet goed.” Lamgeslagen zitten we bij de mammapoli en horen haar aan. Twee weken later is mijn borst er al af en denk ik het ergste te hebben gehad… “Nee, voorlopig ben je nog niet klaar, de snijranden zijn schoon en je swk ook, dus er hoeft niet bestraald te worden. Maar je bent nog geen 35, dus we adviseren wel een chemokuur.” Ineens ben ik weer helemaal bij de les! Chemo? Ik? Ik dacht het niet! Mijn zoon is nog geen twee, wat denkt die vent nu helemaal. Dat kan niet, die moet en wil en zal ik knuffelen, iedere dag. Als ie valt, wie troost hem dan. Ik, ik, ik! Dus nee hoor, die chemo, dat dacht ik niet! Nou, ik had niet zoveel te willen. Natuurlijk mocht ik nog steeds knuffelen met mijn kleine vent. Natuurlijk zou mijn man er geen last van hebben. Tsja, die wc pot, die moest wel schoon iedere keer.

En nu? Nu is het weer bijna oktober en probeer ik alles door een roze bril te zien en helaas voor mij. Ik kan werkelijk waar in mijn hele kanker verhaal geen ROZE tintje ontdekken. Ze willen me al laten geloven dat ik te oud moeder ben geworden, ik was tenslotte al bijna 33. Ik heb ook nog eens te kort borstvoeding gegeven, want probeer dat maar eens vol te houden, met een baan en borstkolf. Bewegen? Nee, ik kom uit NL, wat bij mijn zo’n beetje gelijk staat aan Niet Lopen. Eigenlijk hebben ZE nog gelijk ook… Ik heb het allemaal aan mezelf te danken… Ware het niet dat ik genetisch mismaakt blijk te zijn, wat een opluchting. Het ligt niet aan mezelf, nee het lag aan mijn moeder, haar genen, of eigenlijk aan die van mijn oma, of nee, aan de genen van haar ouders…

Het enige positieve aan dit hele verhaal is, dat zowel mijn moeder als mijn oma, niet meer mee hebben hoeven maken, dat dit cirkeltje rond is…

@brstknkractie: http://tinyurl.com/8s82co7

Geef een reactie